Countdown

woensdag 21 maart 2012

6. Ervaren Vierdaagse deelnemer aan het woord

Zodra we lid geworden waren van WSV Nooitgedacht (inderdaad ja), kwamen we in contact met de sportieve leden van deze vereniging. Eerlijk gezegd was ik best wel bevooroordeeld. Een wandelsportvereniging had voor mij een beetje duf imago, vast een stel 80-plussers die 's zaterdagochtend in groepjes door de polder liep te zingen, al dan niet met stokken of rollators. Ik zag mezelf al lopen zeg. De waarheid is echter keihard. Bij eerdergenoemde vereniging is geen gemiddelde leeftijd te signaleren; die varieert van ca. 15 tot ruim 80 jaar. Het wandeltempo is niet bepaald bejaard te noemen, eerder ronduit pittig. Al mijn vooroordelen werden uiteindelijk voorgoed weggeblazen door een nonchalant geplaatste opmerking van een krasse wandelaar op leeftijd, die mij doodleuk vertelde dat hij dit jaar voor de 25e keer de Vierdaagse ging lopen. Daarna zou hij stoppen, dan werd het teveel gedoe en was het mooi geweest, leuke afsluiting voor z'n 80e verjaardag. En na een opgewekt "Prettige wandeltocht nog verder!" stapte hij in rap tempo door naar zijn 40 km vrienden waarmee hij binnen de kortste keren uit het zicht verdwenen was. Daar stond ik dan in m'n eentje, even flink op m'n nummer gezet. Benieuwd naar nog meer verhalen over de Vierdaagse vroeg ik o.a. Rob van Oudgaarden naar zijn ervaringen tijdens die beroemde en beruchte Nijmeegse tocht. Hieronder volgt zijn verhaal* :


“Een paar jaar geleden zag ik op televisie in het journaal een keer een verslag van de Nijmeegse Vierdaagse. Dan zie je van die infanteristen zich met volle bepakking te barsten lopen, maar ook een heleboel mensen, jong en oud, goed gehumeurd doorstappen om de dagelijkse afstand van 50 kilometer te volbrengen. Nou heb je allemaal eens iets wat je ineens leuk vindt. Ik werd getroffen door de sfeer en besloot op dat moment om het dan maar ook eens zelf aan den lijve te gaan ondervinden. Je moet jezelf per slot van rekening af en toe eens een stevig doel stellen. In 2004 deed ik voor het eerst mee. Tijdens de voorbereiding op die eerste keer ben ik eerst zelf een aantal keren gaan lopen. Maar daarmee ben je er natuurlijk niet; bij zo’n Vierdaagse komt heel wat meer kijken: waar moet je slapen, hoe gaat dat met de maaltijden en dat soort zaken. Een collega gaf me toen een goede tip: word lid van een wandelsportvereniging. Ik heb me toen aangemeld bij Nooitgedacht in Oud-Alblas. Die club was dichtbij, want ik woon zelf in Papendrecht,” aldus Rob. De eerste kennismaking met zijn nieuwe club was positief. Het bleek dat de wandelsport niet het exclusieve terrein van de sportieve ouderen in onze samenleving is, maar dat ook de jeugd er blijkbaar iets in ziet. “Van de 90 leden zijn er ongeveer 16 jongeren,” zegt hij, “en er zitten mensen bij uit alle lagen van de samenleving.” Maar voor Rob was het vooral zaak zich op het lopen te gaan concentreren. “Ik was destijds nog geen 50, dus ik moest de langste afstand, 50 kilometer per dag lopen.” Hij bouwde de training rustig op: twintig, 25 kilometer, elke keer een stukje verder. “In anderhalf jaar voltooide ik die opbouw. Vanaf februari werd het echt serieus: twee keer in de maand trainde ik op die lange afstanden, meestal in de Alblasserwaard, soms op andere locaties in een straal van honderd kilometer. In de voorbereidingsperiode liep ik ook een aantal klassiekers, zoals de Bloesemtocht en de Airborne tocht.”

En toen was het zo ver: naar Nijmegen! De hele vereniging uit Oud-Alblas was ondergebracht in het Nijmeegse wijkgebouw De Hapert. Met enige ironie in zijn stem: “Je slaapt er in grote zalen op veldbedjes, waar je midden in de nacht volkomen gebroken van af komt. Maar ja, dat schijnt een vast ritueel van de Nijmeegse Vierdaagse te zijn, slecht slapen. Om half drie word je gewekt, want de start is om vier uur. Met de auto ga je dan naar het startterrein. Bij de Nijmeegse Vierdaagse start iedereen individueel, met zijn eigen startkaart." Rob zegt: “Het is daar ontzettend druk, met al die duizenden deelnemers die hun kaart moeten laten afknippen. En langs de route staan in alle vroegte al heel veel toeschouwers om je aan te moedigen. Ook dronken studenten, die vaak minder vleiende opmerkingen naar de passerende wandelaars roepen. Maar als je de stad uit bent, wordt het al gauw wat rustiger en kun je ook nog genieten van het mooie landschap.”


Eerst gaat het in de richting Arnhem en dan naar Elst. Elke dag is er een andere route die de wandelaars uiteindelijk terugvoert naar Nijmegen. “Je loopt van rust naar rust, telkens ongeveer tien kilometer. Terug in Nijmegen moet je afmelden op het beginpunt; daar krijg je een startkaart voor de volgende dag. “En dan weer terug naar het wijkgebouw. Daar is alles goed geregeld. We hebben vier dames die de zorg hebben voor de inwendige mens en die ons wekken. Bovendien hebben we een EHBO’er en een sportmasseur ter beschikking. Aan het eind van elke dag behoor je volledig kapot te zijn, maar dat was ik absoluut niet! Ook met mijn voeten had ik geen problemen, op een enkel blaartje na dan. Maar dat mag geen naam hebben. Daarom besloot ik ter plekke al om het volgende jaar weer mee te doen. Ook in 2006 was ik van de partij, tijdens die beruchte hittegolf. Het klinkt misschien vervelend, maar ook daarvan had ik geen centje last. Ik vond het gewoon lekker warm, dat scheelde een hoop spierpijn. Je werd er alleen wel moe van. Het probleem was dat veel gefinishte wandelaars te snel koud gingen drinken. Dan heb je dikke kans tegen de vlakte te gaan."

 Ook dit jaar is Rob weer van de partij in Nijmegen. "Want," besluit hij, "er is niets leukers dan ’s ochtends vroeg in de polder te lopen, met boven de weilanden nog grondmist. Daar wordt je hoofd lekker leeg van!”

 *Bron: BP personeelsblad 2007

Geen opmerkingen:

Een reactie posten