

Zaterdag 10 maart stond een trainingstocht vanuit Oud Alblas gepland. Leek me wel erg leuk - ik, die een bloedhekel had aan de Avondsvierdaagse keek uit naar een tocht van 25 km. Niets veranderlijker als de mens zullen we maar zeggen......
Maar goed. Op het belachelijk vroege tijdstip van 08.00 uur moesten we paraat staan bij het Trefpunt. De buienradar gaf aan dat er 80% kans was op 0 mm regen. Dat betekent in de praktijk dus dat het precies gaat regenen als jij gaat lopen. En niet zo'n beetje ook. Gelukkig duurde het maar 5 minuten en bleef het verder droog. Al gauw gingen de regenjassen en poncho's weer uit en hoorde ik om me heen jassen opengeritst worden. Het was gewoon warm, ook al was het een beetje druilerig. In het begin was het nog wel aardig om zo door die landelijke dorpjes van onze mooie Alblasserwaard te lopen. Niet meegerekend dat wandelaars nauwelijks getolereerd wordend door automobilisten op dezelfde weg. We moesten menig keer opzij stappen of er werd opeens AUTO! gebruld zodat je nog snel weg kon springen. Eenmaal bij Brandwijk (13 km) was het uit met de pret. Toen konden we ons verheugen op het eentonige landschap van de hollandse polders. Weilanden en sloten, sloten en weilanden. En niet te vergeten koeiepoep, paardepoep en uiteraard wat langsrazende auto's. Zucht. De enige afleiding was een loslopende St.Bernard die luid blaffend een stukje met ons mee holde. Toen we eindelijk bij Bas v.Zessen arriveerden voor de hoognodige plaspauze, waren we dan ook erg blij dat we daarbuiten onze vrijwilligers weer zagen met koffie en thee. Even bijkomen na 15 km aan een picknicktafeltje. Dat je overigens alleen bereikte door over spekgladde stoeptegels (groene algaanslag) te glibberen. Zou je geen spier verrekken door het lopen maar wel je nek breken over een stoeptegel zeg! Na een klein kwartiertje was iedereen weer zodanig afgekoeld en uitgerust dat we hoognodig weer warm moesten gaan lopen. Toen brak het saaiste stuk van de hele tocht aan. Alleen maar rechte weg. Ein-de-loos, stomvervelend saai. Zo'n polder in de winter - daar is gewoon geen bal aan te beleven en moet je snel doorheen rijden, niet wandelen. Na nog een korte stop vlak bij Bleskensgraaf liepen we het laatste stukje toch nog met een beetje zon naar Oud Alblas terug. Dat ging niet echt lekker omdat m'n beenspieren begonnen te protesteren en ik was het gewoon zat. Uiteindelijk bleek dat door het straffe tempo dat we aangehouden hadden, we 26 km gelopen hadden in ca. 4 uur 45 minuten, dus een verbetering t.o.v. Barendrecht. Toch niet voor niets gelopen dus. Wel een komische situatie tijdens het instappen in de auto. Al mijn medepassagiers gingen zuchtend en steunend zitten terwijl ik nog even buiten stond. Nou nou, is 't zo erg, dacht ik nog. Totdat ik zelf achter m'n stuur kroop. Alsof ik m'n hele lijf even uit de loopstand moest dwingen, stijf en pijnlijk. Leuk joh, wandelen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten